Verontreiniging Hoek van Holland

EMO betreurt de verontreiniging die de laatste tijd is opgetreden voor de bewoners van Hoek van Holland, ten zeerste. Ondanks dat EMO de eisen zoals gesteld in de vergunning goed naleeft, onderzoeken wij steeds innovaties en nieuwe mogelijkheden om onze stofemissie verder te reduceren. EMO neemt alle hinder zeer serieus.

Meldingen verontreiniging Hoek van Holland

EMO betreurt de verontreiniging die de laatste tijd is opgetreden voor de bewoners van Hoek van Holland, ten zeerste.

Met de bekendmaking van diverse onderzoeksresultaten van GGD/DCMR en van TNO op basis van monsters en materiaal uit Hoek van Holland, is er meer duidelijkheid gekomen over de aard en samenstelling van de verontreiniging die in Hoek van Holland neerdaalde in 2020 en die veel klachten opleverde. Uit het TNO onderzoek dat gebaseerd is op een monster komt naar voren dat ook kolenstof deel uit maakt van het onderzochte materiaal en haar oorsprong lijkt te hebben bij EMO en EECV.

EMO heeft alle maatregelen getroffen die momenteel voor handen zijn om incidenten met stof te voorkomen. Op alle opgeslagen partijen ijzererts en kolen is een cellulose korstvormer aangebracht, automatische sproei-installaties en sproeiwagens zijn op de overige delen van het terrein continue actief en personeel inspecteert of er buiten het terrein eventueel sprake zou kunnen zijn van stofdepositie. Daarnaast zorgt een recent uitgebreid stofmeetsysteem voor 24/7 monitoring, opdat er in een zo vroeg mogelijk stadium de werkwijze kan worden aangepast om verdere stofemissie te voorkomen.

Na klachten in augustus 2019 startte EMO met nieuwe maatregelen om stofemissie te voorkomen met als doel het aantal incidenten in de winter zo veel mogelijk te reduceren. Ondanks drie stormen (Chiara, Dennis en Ellen) is het gelukt om een incidentvrije winter te bewerkstelligen. Dat er in 2020 opnieuw klachten kwamen is een teleurstelling. En vat EMO op als een aansporing om te onderzoeken of er initiatieven kunnen worden geïdentificeerd die stofemissie verder zouden kunnen reduceren.

EMO wordt met regelmaat gecontroleerd op naleving van de vergunning door het bevoegd gezag, al dan niet in combinatie met klachten. Soms worden inspecties aangekondigd maar vaak zijn deze onaangekondigd. De afgelopen maanden zijn er tientallen onaangekondigde inspecties geweest. Ondanks dat EMO de eisen zoals gesteld in de vergunning goed naleeft, onderzoeken wij steeds innovaties en nieuwe mogelijkheden om stof te voorkomen en passen we die toe waar mogelijk.

In juli 2020 presenteerde EMO haar plan van aanpak om de kans op verontreiniging met kolenstof verder terug te dringen. Dit plan is in uitvoering en de verwachting is dat dit tot een verdere reductie van de mogelijkheid van stofemissie vanaf het EMO-terrein zal leiden.

Stof van kolen of ijzererts dat bij het lossen en laden van de lading vrijkomt, kan hinderlijk zijn, maar is niet gevaarlijk. Anders dan bij fijnstof veroorzaken deze stofdeeltjes uitsluitend overlast en vormen geen bedreiging voor de volksgezondheid. EMO heeft een wettelijke zorgplicht naar haar medewerkers en kent geen beroepsziekten, ook niet onder oud medewerkers.

Een greep uit onze (extra) initiatieven voor stofbeheersing
1. Afdekking partijen met cellulose
– Partijen ijzererts en kolen worden voorzien van een cellulose korstvormer om verwaaiing tegen te gaan.
2. Sproei-installaties
– Uitgebreid netwerk sproei-installaties op terrein;
– Meer dan 10 km geautomatiseerde wegbesproeiing;
– Automatische besproeiing in losbunkers;
– Sproei-installaties in stortpunten.
3. Sproeiwagens
– Op het terrein worden 5 speciaal ontworpen sproeiwagens ingezet.
4. Bedrijfswatersysteem
– Op gehele terrein watervoorziening voor stofbeheersing;
– Opvang van al het regen- en sproeiwater in 70.000 M3 bassin bestemd voor hergebruik.
5. Stofmeetnet op EMO-terrein:
– 24/7 monitoring;
– Recent uitgebreid naar 7 meetpunten;
– Recent uitgerust met de nieuwste software;
– Weergave o.a. bij controlekamerkamer, security en supervisors.
6. Systeem weersvoorspelling
– Contract met Bouwweer met dagelijkse nauwkeurige weersvoorspelling specifiek voor locatie EMO.
7. Stilleggen operationele werkzaamheden indien de weersomstandigheden daartoe aanleiding geven.
8. Rapportage aan DCMR
9. Personeel
– Training ‘Voorkomen stof’ om alertheid personeel te vergroten, tevens opgenomen in alle instructies, toolbox en VGWM trainingen
We investeren meer dan € 2,5 miljoen per jaar aan de zorg voor het milieu en onze omgeving. EMO is ISO 9001, 14001 en 45001 gecertificeerd.

Onderzoeksrapporten naar aanleiding van hinder en gezondheidszorgen in Hoek van Holland

Het is een goede ontwikkeling dat er onderzoeksrapporten beschikbaar zijn gekomen omtrent de door de inwoners van Hoek van Holland ervaren stofhinder. Deze onderzoeken geven objectieve en feitelijke informatie. Door het ontbreken van feitelijke informatie hebben de bedrijven in de media en in de politiek uitspraken gezien die polariserend waren en niet onderbouwd. We hopen dat er met deze rapporten weer een inhoudelijk gesprek kan volgen.

Uit de rapporten blijkt dat de ervaren gezondheid en de levensverwachting in Hoek van Holland vergelijkbaar is met Westvoorne en hoger dan in Rotterdam. Hoek van Holland is dus geen ongezonde plaats om te wonen. Ook is er geen relatie gevonden tussen stofhinder en de gezondheid van de inwoners van Hoek van Holland. Aangegeven wordt dat stofhinder een bron van zorgen kan zijn bij de inwoners van Hoek van Holland. Wij hopen dat deze rapporten die zorgen helpen weg te nemen.

Kolenstof dat zich verspreid via de lucht is zogenaamd grof stof. Van grof stof is bekend dat dit niet in de longen dringt, maar kortdurende irritatie van de neus, keel en ogen kan geven, zoals in de rapporten ook wordt bevestigd. Juist fijn stof en ultrafijn stof kan diep in de longen dringen. De windrichtingen waarbij de hoogste concentratie fijn stof en ultrafijn stof, alsook andere stoffen, in Hoek van Holland worden gemeten, zijn, zo blijkt uit de rapporten, oost en zuidoost. Dat is niet de windrichting vanuit EECV en EMO.

Bekend is dat kolen op- en overslag stofverspreiding kan geven. EMO neemt vele maatregelen om dit zo veel mogelijk te voorkomen en te verminderen. Uit de rapporten blijkt dat de grof stof concentratie in Hoek van Holland tussen 2000 en 2015 met ca. 34% is afgenomen. Wij hebben door deze maatregelen hier een belangrijke bijdrage aan geleverd. Maar stofverspreiding zal nooit helemaal weggenomen kunnen worden. Ook uit de milieuvergunningen blijkt dat stofverspreiding optreedt en worden maatregelen voorgeschreven om deze verspreiding zo veel mogelijk te voorkomen of te verminderen (door bijvoorbeeld het sproeien van de opslaghopen met water of korstvormer).

Het is niet uit te sluiten dat er bij of na bijzondere weersomstandigheden kolenstof aangetroffen kan worden in Hoek van Holland. Uit de rapporten blijkt dat het aantal dagen waarin dat gebeurt over de afgelopen jaren vrij stabiel blijft op 10 a 20 dagen per jaar.

Op de foto van het genomen veegmonster in Hoek van Holland dat door TNO geanalyseerd is, valt te zien dat het stof uit allerlei deeltjes bestaat. 15-25% van de deeltjes worden door TNO aangewezen als afkomstig van kolenstof. Het grootste aantal deeltjes is zand en grond. Dit wordt door de DCMR bevestigd. Desalniettemin ziet het stof er zwart uit en als je er met je hand over veegt, zie je een zwarte hand. Dit komt omdat kolenstof vrij bros en groot is. Al bij het uitsmeren van enkele deeltjes kolenstof op een hand kan dit zwarte vegen geven. Dit is vergelijkbaar met roet hoewel roetdeeltjes veel kleiner zijn. Met zandkorrels lukt dit bijvoorbeeld niet.

Op de foto is ook te zien dat de door TNO aangewezen kolenstofdeeltjes beduidend groter zijn dan bijna alle andere deeltjes. Dat bevestigt bovenstaande: kolenstof is grof stof.

Zoals gezegd heeft de DCMR op basis van hun metingen vastgesteld dat in de periode 2000 tot 2015 de hoeveelheid grof stof (TSP) in Hoek van Holland bij een wind komend uit de richting van EMO en EECV met ca. 34% is gereduceerd. Sindsdien heeft de DCMR dit niet meer gemeten, maar heeft aangegeven dit in 2021 weer te gaan meten.

In de media zien we statements voorbij komen dat 50-55% kolenstof is. Hierbij is echter uitgegaan van het massapercentage. Dit is geen logische eenheid. Voor de gezondheid gaat het om het aantal deeltjes dat ingeademd wordt, niet hoe zwaar deze deeltjes zijn. Juist grote deeltjes worden niet diep ingeademd. Ook voor hinder is het aantal deeltjes van belang, niet het gewicht. TNO heeft in haar rapportage ook het aantal deeltjes aangegeven: 15-25% van het totaal aantal deeltjes vinden zij kolenstofdeeltjes. Dat wil zeggen slechts ca. 1 deeltje kolenstof op 4-7 andere deeltjes.

Hoewel in de rapporten staat aangegeven dat hinder subjectief is, wil EMO benadrukken dat zij alle hinder zeer serieus neemt.
EMO streeft er naar om stofverspreiding en hinder verder te reduceren. Afgelopen zomerperiode zijn de maatregelen om stofverspreiding te voorkomen dan wel te reduceren verder geoptimaliseerd. Ook zijn er ideeën om verder te verbeteren. Deze ideeën worden recent al getest maar vragen nog meer testen.

Rapport trendhinder GGD en DCMR
Rapport TNO
Nedlab